Door onze food-redactie| Kian Alaie, voedingswetenschapper BSc

Voor deze aanbevelingen hebben we de producten getest en deden we onderzoek bij de Consumentenbond, Radar, Kassa en wetenschappelijke bronnen.

Wat zijn zoetstoffen en zijn ze gevaarlijk?

Sommige mensen zeggen: “Zoetstoffen, die zijn toch ongezond? Ik heb gelezen dat je daar kanker van kan krijgen’. Is dat wel waar? Zijn zoetstoffen en lightproducten daadwerkelijk zo slecht voor je? Kunnen wij ze wel veilig consumeren? Wat zijn zoetstoffen überhaupt? Wij zetten het allemaal op een rijtje met wetenschappelijke ondersteuning!

Korte introductie: maatschappelijk belang van zoetstoffen

Consumeren is iets wat we als gemiddelde Nederlander graag doen. In de supermarkt heb je in allerlei soorten en maten aantrekkelijke producten die vol zitten met voedingswaarden. Energierijk voedsel is overal en de hele dag door verkrijgbaar.

We leven in een zogenaamde obesogene omgeving en dit is een belangrijke oorzaak voor het toenemen van gewicht in de afgelopen 40 jaar (Voedingscentrum, 2022)

Als reactie op deze obesogene omgeving, was er vraag naar een alternatieve en gezondere producten. Zelf vind ik het ook makkelijker om een product te consumeren met minder calorieën, dan daadwerkelijk minder te eten. Hoe bereiken we dit? Onder andere door zoetstoffen.

Wat zijn zoetstoffen

Zoetstoffen zijn ingrediënten die aan producten worden toegevoegd om ze zoeter te maken. De meeste komen voor in de natuur, maar enkele kunnen alleen synthetisch gefabriceerd worden. Zoetstoffen kan je indelen in twee categorieën. Deze categorieën zijn laagcalorische (intensieve) zoetstoffen en hoogcalorische (extensieve) zoetstoffen.

Korte intermezzo: alles is chemisch

Om even duidelijk te zijn: letterlijk elk molecuul is chemisch. Alles wat je inademt, ziet en kan aanraken is chemisch. Suiker uit fruit is even ‘ongezond’ als toegevoegde suikers. We moeten objectief leren kijken naar ingrediënten, onafhankelijk van de afkomst, om te beoordelen of ze gezond of ongezond zijn.

Type 1: Laag calorische zoetstoffen

Laag calorische zoetstoffen worden intensieve zoetstoffen genoemd omdat ze een heel intens effect hebben op het product waar je ze in stopt. Deze intensieve zoetstoffen worden gebruikt om ‘light’ en ‘zero’ producten te maken.

Intensieve zoetstoffen worden gebruikt om producten te maken met weinig calorieën. Dit doen fabrikanten door suiker te vervangen door deze zoetstoffen. De intensieve zoetstoffen hebben een heel sterke zoetkracht.

Hoe zoet kan het zijn? Als je pure tafelsuiker consumeert is dat redelijk zoet. Deze intensieve zoetstoffen hebben gemiddeld 200x de zoetheid van tafelsuiker (Zoetstoffen.nl, 2022). Je gebruik zeer weinig zoetstof in een product om dat product dus zoet te maken. Het gevolg is dat je minder calorieën in je product hebt.

Veelgebruikte laagcalorische zoetstoffen zijn: sucralose, cyclamaat, sacharine en misschien wel de meest bekende aspartaam

Nog een intermezzo: Persoonlijke ervaring tijdens mijn studie

Tijdens mijn studie hadden we verscheidene practica waar deze zoetstoffen aanwezig waren. Als nieuwsgierige en praktische student was in natuurlijk benieuwd hoe deze stoffen puur zouden smaken.

“proef je daadwerkelijk of aspartaam 200x zo zoet is?”

Ik plaatste een korreltje aspartaam op mijn tong en het was ontzettend zoet en bitter tegelijk. Ik kan dit niet aanraden. Lekker was het niet.

Type 2: Hoog calorische zoetstoffen: Bulkstoffen

Veel snoep bestaat uit veel suiker. Je kan je misschien wel voorstellen dat als je een winegum minder zoet wil maken en suiker verwijdert, dat er weinig overblijft van een winegum. Je hebt vervolgens een stofje nodig wat minder calorieën dan suiker bevat, maar wel het bulk vervangt om daadwerkelijk een snoepje te maken.

Deze opvulstoffen worden ook wel extensieve of opvul voedingsstoffen genoemd. Dit zijn altijd polyolen. Ze zijn vaak minder zoet dan normale tafelsuiker maar vergeleken met intensieve zoetstoffen veel minder zoet. Deze polyolen hebben ook nog eens een lagere calorische waarde dan suiker.

Hoe bevatten deze extensieve zoetstoffen minder calorieën?

Polyolen worden niet verteerd in je lichaam. Ze bevatten minder calorieën omdat ze zo weer via je ontlasting uit je lichaam komen. Dit zijn dus onverteerbare koolhydraten.

Je hebt misschien eerder in een artikel van ons gelezen dat koolhydraten altijd 4 kilocalorieën bevatten per gram. Polyolen bevatten slechts 2 kilocalorieën per gram (consumentenbond, 2022). De polyolen worden dus slechts deels verteerd in je lichaam.

Verwarring rondom veiligheid van zoetstoffen

Tegenwoordig is er veel kritiek rondom zoetstoffen en de veiligheid ervan. Ze zouden kankerverwekkend zijn en veel mensen beweren dat ze minder gezond zijn dan de alternatief mét suiker. Om hier een beter beeld op te krijgen is het verstandig om te begrijpen welk traject zoetstoffen moeten doorgaan om in eten verwerkt te mogen.

Beter dan suiker?

Soms verschijnen er nieuwsberichten die beweren dat je dik wordt van light-producten. Dit is onjuist. Om goed te begrijpen hoe dit werkt is het belangrijk om te snappen hoe een causaal verband werkt.

Causaliteit: kort voorbeeld

Het volgende scenario is bijvoorbeeld mogelijk:

  • Een land heeft gemiddeld een hogere alcoholconsumptie en tegelijk minder auto-ongelukken op de weg.

Hieruit concludeert men: “Het drinken van meer alcohol zorgt voor minder auto-ongelukken”.

Dit is overduidelijk fout. Er is geen causaal verband aangezien deze factoren niks met elkaar te maken hebben.

Wat betekent causaliteit überhaupt?

Causaliteit betekent dat er een directe oorzaak is aangetoond. Dat betekent dat een verandering in de ene variabele een verandering in de andere variabele veroorzaakt. Het consumeren van suiker en een verhoging van je bloedsuikerspiegel is een causaal verband.

Light producten en obesitas

Het blijkt dat mensen die meer zoetstoffen consumeren vaak eerder overgewicht hebben dan mensen die deze niet consumeren. Dit is geen causuaal verband. Het kan zijn dat mensen deze producten consumeren juist om af te vallen.

Hoe toon je een causaal verband aan?

Om verbanden tussen voeding en gezondheid aan te tonen en daadwerkelijk nuttige voedingsadvies te geven is veel onderzoek nodig. Er zijn ook specifieke eisen nodig aan onderzoek om het resultaat causaal te noemen.

Een causaal verband kan aangetoond worden door een dubbelblind interventieonderzoek. Dit zijn interventieonderzoeken waarin participanten én onderzoekers niet weten in welke groep participanten zijn ingedeeld. Zo kan elke vorm van bias uitgeschakeld worden.

Het houden van een interventie onderzoek betekent dat de onderzoeken opzettelijk condities verandert en over de lengte van het onderzoek verschillen vastlegt. Zo kan de onderzoeker exact één parameter (zoals het consumeren van suiker) onderzoeken.

Waarom is causaliteit zo belangrijk?

Het korte voorbeeld over het alcoholconsumptie en auto-ongelukken laat zien waarom causaliteit zo belangrijk.

Je hebt vast wel gehoord dat zoetstoffen het risico op kanker kunnen verhogen. Hoe zit dit nou precies?

Zoetstoffen en kanker

Om met de deur in huis te vallen. Van aspartaam of stevia is nog nooit een kankerverwekkend effect aangetoond, ongeacht van de dosis (kanker.be, 2022).

Nu kan het wel zo zijn dat je van bepaalde stofjes een verhoogd risico op kan lopen. Dit is enkel in EXTREEM hoge dosis. Deze dosissen zijn zo hoog dat het zo goed als onmogelijk is om deze hoeveelheden binnen te krijgen, al zou jij je best doen.

Hoe weten we dat zo zeker? Omdat deze producten E-nummers hebben. Ingrediënten hebben juist een e-nummer gekregen omdat ze zo veilig zijn! We leggen uit waarom!

E-nummers en hoe ze tot stand komen

Er gaan verhalen in de omloop van mensen die elkaar waarschuwen voor E-nummers. Dit is geheel onterecht (Voedingscentrum, 2022). Hieronder een korte samenvatting over hoe we dat zo zeker weten.

Een ingrediënt, zoals een zoetstof, wordt een E-nummer als:

  1. Er wordt een ondergrens bepaald door empirisch onderzoek wanneer er bijwerkingen optreden bij de meest gevoelige mensen (No Observed Adverse Effect Level NOAEL).
  2. Vervolgens wordt er een onzekerheidsfactor ingerekend op basis van hoe zeker wetenschappers zijn over het ingrediënt. Zo wordt de ADI (acceptable daily intake) berekend.

Dit wordt beslist door een onafhankelijke autoriteit: de EFSA (European food safety authority) (EFSA, 2022).

Conclusie veiligheid zoetstoffen

Zoetstoffen zijn veilig te consumeren, zelfs als je enorme porties van producten met zoetstoffen zou eten. Het kan echter wel dat je merkt dat bepaalde zoetstoffen een laxerend effect hebben.

Laxerend effect zoetstoffen

We hebben het al eerder gehad over de twee verschillende soorten zoetstoffen. Intensieve zoetstoffen hebben geen laxerend effect. Extensieve zoetstoffen hebben in grote hoeveelheden wél een laxerend effect. Dit komt doordat de polyolen onverteerd in je darmkanaal komen.

Polyolen trekken veel water aan en als te veel daarvan in je dikke darm terecht komen, wordt je ontlasting dus ook vloeibaarder!

Voordelen van zoetstoffen

Zoetstoffen komen dus vaak in een negatief daglicht, maar ze hebben dus ook enkele voordelen! Hieronder zetten we twee voorbeelden op een rijtje:

Beter voor je tanden

Suiker speelt een rol bij het ontstaan van gaatjes. Om gaatjes te voorkomen kan je het best zo min mogelijk suikers binnenkrijgen (Diabetesfonds, 2022).

Let op!: Bij het drinken van ‘light’ frisdrank heb je alsnog het effect van het zuur wat je tanden aantast.  

Beter voor je bloedsuikerspiegel

Wanneer je veel suiker consumeert, gaat je lichaam aan de slag om al dat suiker te verwerken. Het suiker komt als eerst in je bloed terecht. Er zal insuline afgegeven worden om de bloedsuikerspiegel in balans te krijgen. Zoetstoffen hebben geen effect op je bloedsuikerspiegel. Te veel intense schommelingen in je bloedsuiker kan diabetes veroorzaken.

Minder calorieën!

Mocht je problemen hebben met het op peil houden van je gewicht, light en zero producten zijn dan toch wellicht een oplossing waardoor jij je energiebalans stabiel kan houden.

Waarschuwing op het etiket (PKU)

Als je het etiket van light producten bestudeert, zal je vaak zien: “bron van fenylalanine”. Dit is iets waar jij je waarschijnlijk geen zorgen over hoeft te maken, mits je de erfelijke aandoening fenylketonurie (PKU) hebt. Er zit namelijk fenylalanine in aspartaam. Enkel bij zeer specifieke uitzondering is dit dus van toepassing.

Ook staat er soms dat het product laxerend kan werken. Dit komt door het laxerend effect van de polyolen wat we al besproken hebben.

Advies vanuit de redactie

Zelf zijn we fan van zoetstoffen aangezien ze veilig zijn te consumeren en ons kunnen helpen overgewicht tegen te gaan. Voor mij werkte het bijvoorbeeld om bij cravings, een klein glaasje cola zero te drinken, om zo makkelijker af te vallen. Wat wel belangrijk is, is dat je niet gaat compenseren met meer consumeren en alsnog te veel calorieën binnen krijgt!